Amputatie

Uit de brochure „De Diabetische Voet” van Dr. med. Karl Zink

 

Wanneer amputeren?

Met wondjes is het net als een ijsberg, men ziet slechts het topje. De beschadiging van het weefsel in de wond is meestal veel groter dan van buitenaf is te zien. Daarom zijn vaak bij kleine wondopeningen gewrichten opengesneden, botten afgekloven of de infectie heeft zich langs de zenuwen in de tenen al uitgebreid in de voet. Deze delen zijn slecht doorbloed waardoor soms de infectie alleen met antibiotica niet geëlimineerd kan worden.

 

Er mag alleen geamputeerd worden als de doorbloeding goed is, verbeterd is of niet verder te verbeteren is. Het komt zelden voor dat een infectie direct tot amputatie leidt.

 

Er is weinig kans op succes bij botinfecties en open gewrichten, vooral als het zachte weefsel rond de wond zeer aangetast is en er geen normale bloedcirculatie is.

 

Bij een bestaande wond en slechte doorbloeding kan men bij voldoende ervaring al aan het weefsel zien of de wond wel of niet gaat genezen. Zijn de wondranden zwart of het wondbed grijs verkleurd, dan zijn de vooruitzichten op genezing van de wond slecht en dient het slechte weefsel verwijderd te worden tot het gezonde deel zichtbaar is. Hiervoor worden binnen vele centra moderne behandelingstechnieken toegepast: Het dode en aangetaste weefsel wordt verwijderd en de wond wordt d.m.v. een vacuüm-seal tijdelijk afgesloten. Na enkele dagen wordt d.m.v. een tweede operatie het weefsel opnieuw geïnspecteerd en alleen bij een infectievrije wondverhouding wordt de uiteindelijke wondsluiting uitgevoerd.

 

Ook pijn kan, ondanks de moderne geneeskunde, niet altijd worden gecontroleerd; ook dit kan een reden voor amputatie zijn.